Dit is een verslag van de sessie ‘Circulaire Risicomodellen – nieuw perspectief op investeringen’ op Springtij Forum 2022, onderdeel van het Tallship ‘Echte waarde is rond’. Dit verslag vat de inzichten van de sessie samen.
Circulaire ondernemingen vormen de basis van een circulaire economie. Een circulaire onderneming verdient zijn geld echter vaak op een andere manier dan verkoop: denk bijvoorbeeld aan product-as-a-service. De lagere milieu-impact als gevolg daarvan is onderscheidend. Zowel circulaire aspecten als product-as-a-service modellen passen niet in de huidige risicomodellen van banken, waardoor circulaire ondernemingen vaak lastiger te financieren zijn dan ondernemingen die uitgaan van een lineair model.
Het doel van een nieuw, circulair risicomodel is dat banken de kansen en risico’s van een circulaire onderneming beter (lees: positiever) gaan interpreteren, waardoor financiering makkelijker kan worden verstrekt tegen een lagere prijs.
Welke aspecten zijn onderdeel van zo’n circulair risicomodel? Daarbij gaat het enerzijds om aspecten die ook in huidige risicomodellen zitten, maar op andere manieren worden beoordeeld. Dank daarbij aan zekerheid van langetermijncontracten en afhankelijkheid van grondstoffen. Daarnaast zijn er nieuwe aspecten, zoals de CO2-uitstoot in de keten en overige milieu-impact bij productie, gebruik of verwerking aan het einde van de levensduur.
Het verwerken van deze zaken in bestaande modellen is een kwestie van jaren. Daarbij zijn alleen binnen een bank zelf al tientallen mensen bij betrokken. Daar bovenop komt de inzet van externe adviseurs en toezichthouders van centrale banken, die kritisch meekijken of de nieuwe modellen passen bij de risico’s die de bank loopt.
Als volgende stap gaat een werkgroep aan de slag met het ontwikkelen van dit alternatief, circulair risicomodel, waarin de nieuwe aspecten en beoordelingsmethoden zijn meegenomen. Op basis van een aantal circulaire cases wordt dit model vervolgens getest en verder aangescherpt. Vervolgens kan dit circulaire model gebruikt worden om (uitsluitend) circulaire ondernemingen mee te toetsen. Tot slot
kunnen de huidige modellen stapsgewijs worden omgebouwd, op basis van de inzichten en geleerde lessen uit dit circulaire model, waarmee dit nieuwe model voor een veel grotere groep risicobeoordelingen geldt.
De werkgroep bestaat uit deelnemers van de drie grote banken, toezichthouders en investeerders. Een van de geleerde lessen uit de sessie op Springtij is dat deze beperkte groep verbreed moet worden, zodat ook perspectieven van buitenaf worden meegenomen.
Het financieren van ondernemingen raakt het hart van een bank. Wanneer we er met elkaar in slagen om de risicomodellen – en daarmee de beoordeling van de financierbaarheid van ondernemingen – om te bouwen, zetten we een enorme stap richting een meer circulaire economie. Op deze editie van Springtij is weer een flinke stap gezet.





We staan voor enorme uitdagingen, groter dan ooit. Niet alleen de Corona-crisis maakt ons hiervan bewust. Ook voor corona was duidelijk dat diepgaande veranderingen nodig zijn. Maar de mens schuwt van nature vaak veranderingen en houdt graag vast aan het oude, bekende en vertrouwde. Inspiratie geeft je kracht, zorgt voor motivatie en wakkert je innerlijke passie aan. Voor welke uitdaging je ook staat, inspiratie zorgt voor de redenen waarom je iets echt graag wilt. Inspiratie zorgt ervoor dat je in beweging wilt komen en dat je vooruit wilt gaan. Inspiratie is iets heel persoonlijks, sommigen vinden inspiratie in de natuur, anderen in religie en geloof. Op Springtij gaan we kijken hoe we inspiratie kunnen inzetten om de duurzame transitie van Nederland te versnellen, op persoonlijk vlak en ook gezamenlijk.
Al voor Corona was het duidelijk: we kunnen zo niet doorgaan. Het systeem kraakt aan alle kanten, we overschrijden de draagkracht van de aarde en de sociale ongelijkheid wordt steeds groter. Het groei paradigma en de consumptie-waan van de afgelopen decennia zijn niet langer houdbaar. Globalisering maakt ons afhankelijk. Het is hoog tijd voor een grondige systeemverandering. Naar een rechtvaardig, ecologisch en sociaal verantwoord en duurzaam systeem. Hiervoor zijn stimulerende en regulerende maatregelen nodig. Een ander belastingsysteem, beprijzen van de ‘Commons’, nieuwe indicatoren (naast of in plaats van het BNP). De coronacrisis spoort ons aan om nu meteen aan de slag te gaan.
In het kernthema leiderschap gaat het over de hernieuwde verbindingen die nodig zijn voor samenleven. In de crisis gloort ook hoop. Wereldwijd staan mensen op, verenigen zich en willen een diepgaande verandering in onze samenlevingen.
Bij alle opgaven spelen mensen en sociale systemen de bepalende rol. Technische oplossingen werken alleen als ze gepaard gaan met sociale innovatie. Wereldbeeld, cultuur, sociale dynamiek en persoonlijke overtuigingen zijn evenzeer bepalend voor gedrag als regels, normen, prijsprikkels en technologie.
Een directielid van de Nederlandse Bank stelde recent dat ‘back to normal’ geen optie is. Dat leidt tot 3,7 graden opwarming en heeft catastrofale gevolgen voor onze samenleving. Stiglitz en Stern (Universiteit van Oxford) adviseren dat we nu moeten investeren in die sectoren die én de economie én het klimaatbeleid steunen. De Nederlandse doelen voor 2030 op klimaat- en ander gebied zijn helder én hoogstnoodzakelijk. Over hoe we daar komen valt nog wel wat te zeggen. Op Springtij gaat de industrie, overheden en maatschappij zoeken naar hoe ‘we’ dat gaan doen, wat ervoor nodig is én wat het kan opleveren.
Nederland leeft met water. Als deltabewoners heeft onze identiteit zich ontwikkeld met de meanderende rivieren, ons profijt van en ontzag voor de zee en ons polderlandschap. Hollandsche kunstenaars hebben deze identiteit gevangen in hun beelden en woorden.
Hoe ziet wonen en werken in een duurzame omgeving eruit? En welke stappen zijn zowel in de komende 10 jaar als in de volgende kabinetsperiode nodig om deze omgeving te ontwikkelen? Dit gaat niet alleen om onze energievoorziening, maar over een omgeving waarin onder andere beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen, gezondheid, sociale aspecten, mobiliteit en de verbinding tussen stad en regio in elkaar grijpen.