Skip to main content

Op Springtij Forum 2026 verkenden we hoe we het gesprek over de stikstofcrisis kunnen kantelen. Vanuit drie onlosmakelijk verbonden perspectieven – boeren, bouwen en natuur – onderzochten we hoe schaarse ruimte eerlijk en toekomstbestendig verdeeld kan worden. Dit resulteerde in achterliggende waarde en respect van de bouw, landbouw en natuur. Lees hier het verslag.

23 september 2026 op Terschelling. 
Moderator: Ruben Maes (bureau &MAES). Loods: Keimpe Wieringa.
Inspiratoren: Merel Straathof (Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt, NAJK), 
Puck Sanders (Bouwend Nederland) en Maaike Visser (Staatsbosbeheer). 
Fotograaf: Jasper ten Tusscher. 

Over landbouw, natuur, woningbouw en de waarden onder het debat

We leven in een delta omdat het gebied erg vruchtbaar, vlak en goed bereikbaar is via zee en rivieren. Dit geeft ons voordelen voor landbouw, wonen en transport. De delta bevat ook internationale natuurwaarden, zoals duinen en kwelders. De ruimte in de delta is ook beperkt. De stikstofcrisis is hier een uiting van. Wie krijgt de ruimte?

Het lijkt een praktische vraag. Hoe verdelen we de schaarse grond tussen landbouw, natuur en woningbouw? Voor de bouw vertegenwoordigt grond de mogelijkheid om woningen te realiseren en economische waarde te creëren. En het draagt bij aan ons vestigingsklimaat en verdienvermogen. Voor de natuur is grond de basis voor biodiversiteit, gezonde bodem, schoon water en leefkwaliteit. Doordat de kwaliteit hiervan onder druk staat en heeft het ook extra areaal nodig (PBL raamt dat 100 tot 150 duizend hectare nodig is om doelen te halen).

De landbouw is traditioneel de ‘leverancier’ van de extra grondvraag. Dit is pijnlijk omdat grond verbonden is met familiegeschiedenis. Op zich zou dit het probleem niet hoeven te zijn, als er maar een duidelijk perspectief is voor de sector in de toekomst. Welke landbouw waarderen we?

Dus achter die ogenschijnlijk praktische vraag over de verdeling van de grond gaat een veel fundamenteler gesprek schuil. Dit werd duidelijk is de Springtij-sessie Grond voor de toekomst. Grond is namelijk meer dan fysieke ruimte.  De verschillende perspectieven werden in de sessie eerst bewust tegenover elkaar gezet. Wat staat er voor jouw sector op het spel? Wat mag absoluut niet verloren gaan? En wat heb je van de andere perspectieven nodig?

Verschillen waren er, maar er ontstond ook iets anders: meer begrip voor wat er werkelijk achter de verschillende standpunten schuilgaat. Want achter een belang zit een waarde.
Dat werd zichtbaar in het gebiedsgericht waardenkompas waarmee de deelnemers vervolgens aan de slag gingen (zie figuur). Vier waarden kwamen centraal te staan: bestaanszekerheid, herstel, rechtvaardigheid en toekomstbestendigheid. Waarden die op het eerste gezicht misschien bij verschillende partijen horen, maar die uiteindelijk door alle perspectieven heen lopen.

Een boer zoekt bestaanszekerheid. Een bewoner zoekt woonzekerheid. De natuur vraagt om herstel. En de landbouw heeft een gezonde bodem nodig. Rechtvaardigheid betekent ook consistent beleid en eerlijke prijzen voor ons voedsel. En iedereen heeft belang bij een toekomst die ook voor volgende generaties houdbaar is.
Daarmee verschuift het gesprek. Niet langer alleen: wie krijgt welke ruimte? Maar ook: welke waarden willen we beschermen, welke kunnen botsen en wat zijn we bereid op te geven?

Dat betekent overigens niet dat waarden de moeilijke keuzes vanzelf oplossen. Integendeel. Zoals filosoof Marjan Slob na afloop benadrukte: pijn kan een belangrijk signaal zijn van waarden die zijn aangetast. In dat verlangen om vanuit waarden te denken kunnen partijen elkaar vinden. Maar uiteindelijk moeten er keuzes worden gemaakt. En die vragen om politieke actie, rechtvaardiging en een eerlijke verdeling van de pijn.

Misschien ligt daar wel de werkelijke moed die nodig is. Niet harder vasthouden aan het eigen gelijk, maar durven onderzoeken wat er onder onze belangen en pijn ligt. Luisteren naar waarden die schuren met het eigen perspectief. En vervolgens de verantwoordelijkheid nemen om keuzes te maken.

De sessie gaf geen kant-en-klaar antwoord op de vraag wie de ruimte krijgt. Wel bood zij een andere manier om naar het vraagstuk te kijken:

  • Van standpunten naar waarden.
  • Van waarden naar verbinding.
  • En van verbinding naar de moed om keuzes te maken.

Want misschien begint ruimte voor de toekomst niet met méér grond, maar met een ander gesprek over de grond die we hebben.