‘Stikstofprofessor’ Jan Willem Erisman:
“We kúnnen van het stikstofslot, de vraag is of de politiek het wil”
Nieuwe woonwijken, wegen, boerenbedrijven: kleine kans dat er een vergunning voor wordt verleend. De reden? Stikstof. Nederland zit op slot en de sleutel lijkt ver buiten bereik. Maar zo uitzichtloos is het niet, betoogt ‘stikstofprofessor’ Jan Willem Erisman.
Bekijk het plenaire optreden van Jan Willem Erisman op Springtij Forum 2025 of zijn presentatie tijdens het Springtij college terug via de volgende link.
Jan Willem Erisman: 'Met vrijwillig boeren uitkopen zet je je geld niet heel efficiënt in.'
| Credits: Getty Images / Jan Willem Erisman
Interview uit Change Inc. Door Maaike Kooijman.Verschenen op 28 juli 2025
Hij doet al veertig jaar onderzoek naar stikstof. ‘En nog heb ik het huidige probleem niet opgelost’, aldus Jan Willem Erisman. Hij grijnst – zij het een beetje als een boer met kiespijn.
Erisman is sinds 2020 hoogleraar Milieu en Duurzaamheid aan de Universiteit Leiden, waar hij zich met name buigt over stikstof. Veertig jaar geleden vond hij dat vooral wetenschappelijk interessant. We weten bijvoorbeeld nog relatief weinig over wat de precieze rol van stikstof in biologische processen is.
Inmiddels is ook de maatschappelijke relevantie van zijn functie enorm. Het slepende stikstofdossier houdt Nederland al decennia in de greep. In januari besloot de rechter dat de overheid veel meer moet doen om stikstofuitstoot te beperken. Anders riskeert de staat een dwangsom van 10 miljoen euro.
Ondertussen zit ons land bijna volledig ‘op slot’. Nieuwe projecten in de (land)bouw die stikstof uitstoten, krijgen zelden een vergunning. Ook woningbouw en duurzame energieprojecten hebben daar last van.
Afnemende biodiversiteit
Stikstof was niet altijd een probleem. Sterker nog: ongeveer 78 procent van alle lucht bestaat uit stikstof. Van zichzelf is stikstof niet schadelijk voor mens en milieu.
‘Het probleem ontstaat als mensen de natuurlijke balans verstoren’, legt Erisman uit. ‘Van de stikstof die planten en dieren nodig hebben wordt maar weinig aangemaakt. De natuur is daar zuinig op en heeft er ingenieuze interacties en organismen voor ontwikkeld. Het hele systeem is daarop afgesteld. Laat dat systeem nu net biodiversiteit heten. Door heel veel kunstmest uit te strooien verstoren wij die balans, en daarmee de biodiversiteit.’
Om de biodiversiteit in stand te houden bestaat er in Europa sinds 1992 de Habitatrichtlijn. Het is die richtlijn die roet in het eten gooide voor het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Het PAS nam de toekomstige positieve gevolgen van natuurbeschermingsmaatregelen als rechtvaardiging om vergunningen te verlenen aan activiteiten die juist stikstof uitstootten. Maar die ‘toestemming vooraf’ mag niet volgens de Europese wetgeving, oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in mei 2019. Zo is de stikstofproblematiek in Nederland ontstaan.
Uitstoot per sector berekenen
Maar Erisman heeft een oplossing. In een recent rapport rekent de hoogleraar scenario’s door om de stikstofdoelen voor de landbouw in 2030 wél te halen. Eén van de aanbevelingen die Erisman aan de politiek doet is om elke sector – zoals industrie, energie, verkeer en landbouw – verantwoordelijk te maken voor de eigen overschrijding van het stikstofniveau dat de natuur aankan (de kritische depositiewaarde).
‘Als je per sector kijkt, komt er al snel ruimte voor vergunningen, mits de sector gestaag de emissies vermindert. Dat schept ruimte voor vergunningen voor bijvoorbeeld woningbouw en duurzame energieprojecten. Die stoten maar weinig stikstofoxiden uit’, legt Erisman uit. ‘En ook voor de landbouw is het gunstig. Als je aparte geregionaliseerde berekeningen maakt voor verkeer, industrie en landbouw, komt onze berekening uit op een veel lagere opgave voor de landbouw. De andere twee sectoren moeten dan ook de uitstoot voldoende verminderen. En we moeten meer buitenlandbeleid gaan voeren. Veel van de stikstof in de Nederlandse lucht komt van over de grens.’
Normeren per sector betekent géén doelstellingen per bedrijf, zoals voorgesteld in enkele andere plannen. ‘Dat gaat te veel uit van waar we nu zijn, in plaats van waar we heen willen’, vindt de hoogleraar. ‘Dan deel je gewoon de maximale uitstoot door het aantal bedrijven, en voilà. Maar zo komt er nooit ruimte vrij voor effectievere afstemming van reducties of bijvoorbeeld nieuwe boeren die het anders willen doen.’
Startpakket stikstof
Met de aanpak van Erisman kan dat wel, in tegenstelling tot het plan dat landbouwminister Wiersma (BBB) in mei presenteerde. Haar ‘startpakket stikstof’ om de vergunningverlening weer op gang te brengen beoordeelde Erisman destijds als onvoldoende uitgewerkt.
De maatregelen zijn onduidelijk, net als de kosten ervan. De 25 miljard euro die het vorige kabinet vrijmaakte voor een transitie in de landbouw is volledig geschrapt. Wel is er geld beschikbaar voor boeren die zich vrijwillig willen laten uitkopen. ‘Nobel, maar daarmee zet je je geld niet heel efficiënt in.’
Ook boeren, provincies, gemeenten en waterschappen zijn bang dat de plannen van het kabinet onvoldoende zijn om weer vergunningen te kunnen verlenen. Zij kwamen eerder deze maand met een eigen voorstel. Maar ook daar kwam binnen de kortste keren kritiek op. Werkgeversorganisaties, de bouwsector en natuurorganisaties vonden het plan weinig concreet en zeiden bovendien dat de maatregelen veel eerder moeten worden genomen dan over vijf of tien jaar.
Noord-Holland nam daarom het heft in eigen handen. Een dag voor het gesprek met Erisman presenteerde de provincie samen met LTO Noord, het Hollands Agrarisch Jongeren Kontakt en Biologisch Noord-Holland een eigen overeenkomst. Die moet zorgen voor een gegarandeerde generieke stikstofreductie van 30 procent in 2035, ten opzichte van 2019. Boeren krijgen de ruimte om zelf te bepalen hoe zij hun emissies terugdringen. Het persbericht benadrukt dat de beoogde reductie ‘in vrijwel elk agrarisch bedrijf haalbaar is met maatregelen die geen grote investeringen vereisen’.
Erisman juicht de regionale aanpak toe. Wat een boer in Den Helder doet, heeft nu eenmaal minder effect op de natuur dan een boer vlak bij de Veluwe, stelt hij nuchter. Sommige provincies zullen dan ook meer moeten doen dan andere. Maar de haalbaarheid en betaalbaarheid op bedrijfsniveau die zo wordt benadrukt is hem een doorn in het oog. ‘Het is goed dat bedrijven samen op een oplossing inzetten. Maar we moeten niet redeneren vanuit bedrijven, maar vanuit wat de natuur nodig heeft. Anders krijgen we nooit de ambitie die nodig is om de natuurdoelen te halen.’
Stikstofoxiden en ammoniak
Wie over het ‘stikstofprobleem’ praat heeft het vooral over twee vormen van stikstof: stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3). Waar NOx vooral slecht zijn voor onze eigen gezondheid – ze spelen bijvoorbeeld een rol in ozonvorming en smog – heeft ammoniak meer effect op de natuur.
Het aandeel stikstofoxiden in de atmosfeer daalt al jaren. Dat is een nuttig bij-effect van algemener klimaatbeleid. Stikstofoxiden komen vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen. Nu het wegverkeer en de industrie verduurzamen, nemen ook de stikstofoxiden af.
Maar ammoniak, dat vooral vrijkomt bij veeteelt, neemt veel minder af. Een deel daarvan slaat neer binnen een straal van vijfhonderd meter. Ongeveer 90 procent komt terecht in de ‘stikstofdeken’ in de atmosfeer en slaat ergens anders neer.
Weinig enthousiasme in de Tweede Kamer
Erisman heeft zijn aanbevelingen in april gepresenteerd in de Tweede Kamer. Die moet met regels komen voor het oplossen van het stikstofprobleem, vindt hij. ‘Denk vooral aan normeren en beprijzen. We kunnen wel denken dat we in een vrije markt zitten, maar dat is niet zo. De overheid kan best eisen stellen. Zeker als het gaat om hoe we met onze ruimte omgaan.’
Zijn aanbevelingen zouden politici toch aan moeten spreken. Erisman laat niet alleen zien dat we van het stikstofslot af kunnen, maar ook dat dat minder ingewikkeld is dan het lijkt. Daarnaast pleit hij voor meer waardering voor boeren en voor verantwoordelijkheid bij de keten in plaats van de boer. Hij stelt zelfs dat minder krachtvoer veel efficiënter is voor het behalen van de stikstofdoelen dan het reduceren van de veestapel. Voor demissionair landbouwminister Wiersma (BBB) is dat een belangrijk uitgangspunt.
Hoewel Erisman belastingstelling merkte van Kamerleden voor zijn plannen, kon hij rekenen op weinig enthousiasme. ‘Ze hadden niet zoiets van: aha, het kan! Dan vraag ik me toch af: wíl de politiek het eigenlijk wel?’
Langetermijnvisie voor de landbouw
Daar zit het echte probleem, stelt Erisman. ‘De maatschappij vraagt om visie en leiderschap, maar het lukt de politiek niet om zich te organiseren. Dat is een interessant maatschappelijk knelpunt. De politiek moet er juist zijn voor de maatschappij.’
Hij hoopt dat een volgend kabinet wel aan de lange termijn durft te denken. Boeren willen echt wel investeren om hun stikstofuitstoot te reduceren, weet hij. ‘Maar alleen als duidelijk is dat dat past in een strategie voor de komende tientallen jaren. We moeten stilstaan bij waar we naartoe willen met de landbouw in Nederland, welke vorm van landbouw in welk gebied past. Bodem en water moeten sturend zijn voor de inrichting van het land. Het is van de zotte dat we met vrachtauto’s zoet water naar Zeeland vervoeren om landbouwgronden van water te voorzien. Een langetermijnvisie, die stikstof, maar ook andere emissies meeneemt, kan de landbouw beter inrichten.’ Dat sluit aan bij het recente advies van de Wetenschappelijke Klimaatraad om minstens 25 jaar vooruit te kijken, waar Erisman ook voorzitter van is.
Zo’n langetermijnvisie, opgesteld door overheden, burgers en belanghebbenden, moet resulteren in scherpe keuzes en kan de nodige duidelijkheid bieden voor ondernemers. ‘Gericht op een aantrekkelijk toekomstbeeld voor de komende 25 jaar en daarna. Een mooi landschap, biodiversiteit, gezond voedsel en voldoende inkomen voor de boer: het kan allemaal naast elkaar bestaan. Als we maar de juiste keuzes maken.’
Jan Willem Erisman is een van de plenaire sprekers op Springtij en verzorgt samen met Theo Spek een college ‘Stikstof van alle kanten’. In dit verdiepende college brengen zij twee werelden samen: de ecologische urgentie van het stikstofvraagstuk en de historische ontwikkeling van onze cultuurlandschappen.





We staan voor enorme uitdagingen, groter dan ooit. Niet alleen de Corona-crisis maakt ons hiervan bewust. Ook voor corona was duidelijk dat diepgaande veranderingen nodig zijn. Maar de mens schuwt van nature vaak veranderingen en houdt graag vast aan het oude, bekende en vertrouwde. Inspiratie geeft je kracht, zorgt voor motivatie en wakkert je innerlijke passie aan. Voor welke uitdaging je ook staat, inspiratie zorgt voor de redenen waarom je iets echt graag wilt. Inspiratie zorgt ervoor dat je in beweging wilt komen en dat je vooruit wilt gaan. Inspiratie is iets heel persoonlijks, sommigen vinden inspiratie in de natuur, anderen in religie en geloof. Op Springtij gaan we kijken hoe we inspiratie kunnen inzetten om de duurzame transitie van Nederland te versnellen, op persoonlijk vlak en ook gezamenlijk.
Al voor Corona was het duidelijk: we kunnen zo niet doorgaan. Het systeem kraakt aan alle kanten, we overschrijden de draagkracht van de aarde en de sociale ongelijkheid wordt steeds groter. Het groei paradigma en de consumptie-waan van de afgelopen decennia zijn niet langer houdbaar. Globalisering maakt ons afhankelijk. Het is hoog tijd voor een grondige systeemverandering. Naar een rechtvaardig, ecologisch en sociaal verantwoord en duurzaam systeem. Hiervoor zijn stimulerende en regulerende maatregelen nodig. Een ander belastingsysteem, beprijzen van de ‘Commons’, nieuwe indicatoren (naast of in plaats van het BNP). De coronacrisis spoort ons aan om nu meteen aan de slag te gaan.
In het kernthema leiderschap gaat het over de hernieuwde verbindingen die nodig zijn voor samenleven. In de crisis gloort ook hoop. Wereldwijd staan mensen op, verenigen zich en willen een diepgaande verandering in onze samenlevingen.
Bij alle opgaven spelen mensen en sociale systemen de bepalende rol. Technische oplossingen werken alleen als ze gepaard gaan met sociale innovatie. Wereldbeeld, cultuur, sociale dynamiek en persoonlijke overtuigingen zijn evenzeer bepalend voor gedrag als regels, normen, prijsprikkels en technologie.
Een directielid van de Nederlandse Bank stelde recent dat ‘back to normal’ geen optie is. Dat leidt tot 3,7 graden opwarming en heeft catastrofale gevolgen voor onze samenleving. Stiglitz en Stern (Universiteit van Oxford) adviseren dat we nu moeten investeren in die sectoren die én de economie én het klimaatbeleid steunen. De Nederlandse doelen voor 2030 op klimaat- en ander gebied zijn helder én hoogstnoodzakelijk. Over hoe we daar komen valt nog wel wat te zeggen. Op Springtij gaat de industrie, overheden en maatschappij zoeken naar hoe ‘we’ dat gaan doen, wat ervoor nodig is én wat het kan opleveren.
Nederland leeft met water. Als deltabewoners heeft onze identiteit zich ontwikkeld met de meanderende rivieren, ons profijt van en ontzag voor de zee en ons polderlandschap. Hollandsche kunstenaars hebben deze identiteit gevangen in hun beelden en woorden.
Hoe ziet wonen en werken in een duurzame omgeving eruit? En welke stappen zijn zowel in de komende 10 jaar als in de volgende kabinetsperiode nodig om deze omgeving te ontwikkelen? Dit gaat niet alleen om onze energievoorziening, maar over een omgeving waarin onder andere beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen, gezondheid, sociale aspecten, mobiliteit en de verbinding tussen stad en regio in elkaar grijpen.