Skip to main content

Hoe creëren we een toekomst waarin landbouw en natuur elkaar versterken? Die vraag stond centraal tijdens de sessie ‘Waar moed groeit. De toekomst van landbouw en natuur’ op Springtij Forum 2026. Lees het verslag van de sessie.

24 september 2026 op Terschelling.
Moderator: Keimpe Wieringa.
Inspiratoren: Marije Klever (BoerenNatuur), Merel Straathof (Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt, NAJK).
Reflectanten: Roald Lapperre (Min LVVN), Michel Schuurman (SBNL Natuurfonds). 
Fotograaf: Jasper ten Tusscher. 

De opgaven in het landelijk gebied zijn groot. Klimaat, water, natuur en landbouw vragen om nieuwe vormen van samenwerking en om een toekomstperspectief waarin boeren, landschap en samenleving elkaar versterken. Tegelijkertijd zijn er steeds meer voorbeelden van boeren en collectieven die al experimenteren met natuurinclusieve en regeneratieve landbouw, agrarisch natuurbeheer en andere vormen van vernieuwing.

De centrale vraag tijdens de sessie was daarom niet óf verandering mogelijk is, maar wat nodig is om moedige vernieuwing uit te laten groeien tot structurele verandering – en wat we daarbij kunnen leren van andere transities.

Veranderen vanuit betrokkenheid

Marije Klever, melkveehouder en voorzitter van BoerenNatuur, vertelde vanuit haar eigen familiegeschiedenis. Waar haar grootvader het bedrijf uitbreidde van vier naar veertig koeien en haar vader van veertig naar tachtig, groeide het bedrijf onder haar leiding verder naar 120 koeien. Tegelijkertijd zoekt zij naar manieren om landbouw en natuur sterker met elkaar te verbinden. Bijvoorbeeld door bomenrijen of kruidenstroken aan te bieden aan andere boeren en door met boeren in gesprek te gaan over wat binnen hun bedrijf en situatie passend is.

Daarbij is een belangrijk vraagstuk hoe een verdienmodel kan ontstaan dat een alternatief biedt voor het traditionele groeimodel. Boeren in het noorden van Nederland denken bijvoorbeeld na over het aanbieden van een soort ‘offerte aan de maatschappij’: wat kan een boer leveren om het gebied als geheel te verbeteren?

Dat vraagt niet alleen om ondernemerschap, maar ook om vertrouwen. In sommige gebieden bestaat wantrouwen richting natuur, mede vanwege de regelgeving die met natuurbeheer gepaard kan gaan. Voor Marije is de toekomstbestendigheid van de agrarische sector de belangrijkste drijfveer. Daarbij spelen ook heel praktische vragen: hoe kijken banken en zuivelbedrijven naar deze ontwikkeling?

Verschillende werelden bij elkaar brengen

Ook Merel Straathof, vicevoorzitter van het NAJK en opgegroeid op een melkveehouderij in Zuid-Holland, vertelde over haar perspectief. Boeren hebben zich volgens haar in de discussie over de veehouderij regelmatig aangevallen en in de schuldhoek gezet gevoeld. Tegelijkertijd waren veel boeren juist vanuit de beste intenties bezig met hun bedrijf. Juist vanuit die spanning ontstond de vraag: hoe kunnen verschillende werelden en perspectieven bij elkaar worden gebracht?

Voor jonge boeren is klimaatverandering daarbij geen abstract thema. Veranderende omstandigheden zetten oogsten en daarmee de winst onder druk. Het NAJK wil daarom ruimte bieden aan verandering en meebewegen met zowel de achterban als de bredere maatschappij. Daarbij komen een technisch en een emotioneel perspectief samen. De technische oplossingen zijn belangrijk, maar raken ook aan identiteit, trots, inkomen, familie en de toekomst van het bedrijf. Dat maakt de transitie complex.

 

Waar groeit moed?

In de gesprekken met deelnemers werd gezocht naar concrete voorbeelden van moed. Waar ontstaat die? Wat maakt moed mogelijk? Wat staat er op het spel? En welke steun is nodig om vernieuwing verder te brengen?

Een terugkerend inzicht was dat verandering vaak begint wanneer iemand voelt: we zitten niet langer op het goede spoor. Maar dat inzicht alleen is niet genoeg. Moed groeit wanneer mensen zich gesteund voelen door anderen. Medestanders zijn belangrijk: mensen met gedeelde waarden die bereid zijn samen een stap te zetten.

Daarbij kwam ook het onderscheid tussen het ‘luidruchtige’ en het ‘stille’ midden aan bod. Krijgen de meest uitgesproken stemmen niet te veel aandacht, terwijl juist in het midden ruimte kan ontstaan voor een constructief gesprek? Deelnemers benoemden het midden niet als een plek van voorzichtigheid, maar juist als een mogelijk moedig midden: een plek waar verschillende perspectieven elkaar kunnen ontmoeten en waar praten kan leiden tot concrete stappen.

Koplopers hebben een peloton nodig

Een van de meest aansprekende beelden uit de sessie was dat van de eenzame fietser en het peloton. Koplopers zijn nodig om nieuwe richtingen zichtbaar te maken. Zij laten zien dat het anders kan. Maar één fietser kan geen peloton vormen. Voor structurele verandering zijn daarom bredere beweging, steun en samenwerking nodig. Partijen zijn nu nog versnipperd. De oproep vanuit de groep was dan ook om meer verbinding te zoeken.

Ook tijd speelt hierin een belangrijke rol. Er is grote urgentie, maar veranderingen in de praktijk – bijvoorbeeld rond stikstof – verlopen langzaam. Economische, maatschappelijke en ecologische perspectieven bij elkaar brengen vraagt investering en tijd.

De rol van het stille midden en de media

Ook de rol van media in het maatschappelijke gesprek kwam aan bod. Genuanceerde verhalen krijgen niet altijd dezelfde aandacht als uitgesproken standpunten die sterke krantenkoppen opleveren. Dat kan polarisatie versterken. Juist daarom is er behoefte aan plekken waar verschillende perspectieven naast elkaar kunnen bestaan en waar ruimte is om naar elkaar te luisteren. Niet om verschillen weg te nemen, maar om vanuit die verschillen tot beweging te komen.

Wie draagt de verandering?

De transitie vraagt ook om een bredere blik op verantwoordelijkheid. Boeren moeten investeren in nieuwe bedrijfsmodellen, maar tijdens de sessie werd nadrukkelijk de vraag gesteld welke verantwoordelijkheid consumenten en de maatschappij daarbij hebben.

Als we andere vormen van landbouw willen, zijn we dan ook bereid de producten die daaruit voortkomen daadwerkelijk te kopen en er een eerlijke prijs voor te betalen?

De deelnemers brachten daarnaast verschillende mogelijke verbindende principes naar voren. Water werd bijvoorbeeld genoemd als thema dat boeren, natuur en maatschappij met elkaar verbindt: iedereen heeft water nodig, terwijl de beschikbaarheid en kwaliteit ervan onder druk staan. Ook nieuwsgierigheid, respect en een oordeelvrije houding werden genoemd als voorwaarden voor een constructief gesprek.

Van moed naar structurele verandering

De belangrijkste vraag aan het einde van de sessie was daarmee niet alleen waar we moed zien, maar vooral wat ervoor nodig is om die moed te dragen. Vernieuwing gebeurt al. Boeren experimenteren, collectieven organiseren samenwerking en verschillende partijen zoeken naar nieuwe afspraken rond natuur, water, biodiversiteit en maatschappelijke waarde. Maar individuele voorbeelden zijn kwetsbaar wanneer ze afhankelijk blijven van de inzet van enkele voorlopers.

Structurele verandering vraagt daarom om verbinding tussen persoonlijke moed, collectieve actie en structurele steun. Om medestanders. Om vertrouwen. Om passende financiering en beleid. En om een samenleving die niet alleen vraagt om verandering, maar ook bereid is daar de consequenties van te dragen.

Misschien is dat wel de belangrijkste opbrengst van het gesprek: moed gaat niet alleen over degene die als eerste een andere richting kiest. Het gaat ook over de mensen en systemen die ervoor zorgen dat die eerste stap niet alleen blijft. Koplopers hebben een peloton nodig.