Skip to main content

Gezondheid vraagt moed én ontmoeting

23 september 2026. Column uitgesproken door Thomas Plochg 
tijdens de werksessie Gezonde Leefomgeving op Springtij Forum 2026.

1.

Een gezondheidstransitie ontvouwt zich. Gewoon omdat het kan én we er aan toe zijn.

We weten en ervaren dat we ongezond bezig zijn, onszelf vergiftigen en onze omgeving kapotmaken. En dus dat we met elkaar gezonder moeten gaan leven. Tegelijkertijd hebben we voldoende kennis en knowhow hoe we dat zouden kunnen doen. En hoewel de economie nog volop draait op de gouden koppelverkoop tussen ziekmakende bedrijvigheid en zorg, ritselt het van onderop in de samenleving waar mensen, ondernemers, gemeenschappen gezonde initiatieven ontplooien.

Je kunt tegenwoordig vegetarisch eten in vrijwel ieder restaurant. Hardloopwedstrijden zijn massale events geworden. Supplementen kun je kopen in de supermarkt. Steeds meer mensen schakelen een coach of professional in om gezonder te leven. Voedingsbossen worden aangelegd. Apps en horloges waarmee mensen hun stappen, slaap, hartslag en beweging bijhouden schieten als paddestoelen uit de grond. In 2025 was bijna 1 op de 12 gedronken biertjes alcoholvrij. Enzovoort. Los van de vraag hoe gezond deze trends nu echt zijn, zijn het signalen dat de focus in de samenleving naar gezondheid verschuift.

Deze verschuiving gaat gepaard met een rijker en dieper begrip van wat gezondheid is. In mijn bijdrage zal ik eerst uiteenzetten hoe het gezondheidsbegrip volgens mij is veranderd. En vervolgens ga ik in op het centrale Springtij thema: Wat moet, vraagt moed én ontmoeting als het om gezondheid gaat.

2.

In de huidige samenleving hebben we gezondheid platgeslagen tot niet-ziek. Je bent gezond zolang je geen rugpijn, diabetes, osteoporose, Covid, borstkanker, staar, griep, prostaatkanker, migraine, ADHD, dementie, alcoholverslaving, COPD, jeuk, gordelroos, impotentie, schizofrenie, obesitas, schurft, of iets anders uit het ‘grote medische diagnoseboek’ hebt.

Als je meegaat in dit frame, neem je aan dat je gezondheid kunt ‘produceren’ door ziekte te behandelen. Je ziet gezondheid dan als een eindwaarde; een lichamelijke of mentale toestand wat je buiten jezelf plaatst, en wat je uitbesteedt aan derden die jouw ziekte beloven te fiksen.

Gezondheid verwordt dan tot een transactie; iets wat je verloren hebt en terug kunt krijgen door zorg te kopen en consumeren.

Gevolg: we leven erop los totdat we ziek worden. Dan rennen we in gillende doodsangst naar de dokter die ons beter moet maken. Daar hebben we immers recht op. Zo is de zorg- en welzijnssector (inclusief jeugdzorg, kinderopvang en maatschappelijk werk) uitgegroeid tot een gigantische industrie waar 1,7 miljoen mensen werken (méér dan 17% van alle werkenden in Nederland), en waaraan we inmiddels zo’n 156 miljard euro per jaar uitgeven.

Inmiddels weten en ervaren we ook dat dit niet zo werkt. Als je eenmaal ziek bent, fikst de dokter je niet zomaar eventjes. En ziek worden is niét louter pech; met je leefstijl heb je daar echt wel invloed op. En tot slot is ziek worden niét eigen schuld dikke bult. We leggen de ziekmakende bedrijvigheid geen strobreed in de weg, en hebben daardoor samen een leefomgeving gecreëerd die ons ziek maakt.

En dat besef begint in te dalen. Het voedt de eerder genoemde gezondheidstransitie die een ander, een dynamischer gezondheidsbegrip als vertrekpunt neemt.

3.

In dit nieuwe frame zien we gezondheid als het vermogen van ieder mens om zich aan te passen aan wat het leven van je vraagt. Echte gezondheid laat zich niet vangen in meetbare waarden of momentopnames. Het is een proces dat zich continu ontvouwt, een dans tussen binnen en buiten, tussen het individu en de wereld. Elke ademhaling, elke gedachte, elke emotie en interactie draagt bij aan de subtiele balans die wij gezondheid noemen.

Lichaam en geest zijn voortdurend bezig zich aan te passen aan veranderende omstandigheden: temperatuur, voeding, stress en sociale prikkels. Gezondheid is het vermogen om deze veranderingen op te vangen, om flexibel en creatief met uitdagingen om te gaan. Naarmate het leven zich ontplooit, wordt gezondheid zichtbaar als een uiting van aanpassingsvermogen en groei.

In deze betekenis heeft gezondheid een functionele waarde: het stelt ons in staat te leven, werken, leren, zorgen, mee te doen, én plezier te hebben en geluk te ervaren. Zo beschouwd is gezondheid relationeel: ze ontstaat voortdurend in relaties, in de wisselwerking tussen mensen en hun omgeving. Je coproduceert het als het ware steeds weer opnieuw met je sociale en fysieke leefomgeving.

Als we gezondheid zo begrijpen, verandert ons handelingsperspectief. Dat beperkt zich niet meer tot de vraag hoe we zoveel mogelijk ziekte(n) kunnen behandelen. De vraag verschuift van nazorg naar voorzorg: hoe faciliteren we dat mensen zo gezond, vitaal en veerkrachtig door het leven kunnen navigeren? Meer beeldend: hoe organiseren we een trampoline naast het bestaande vangnet?

4.

Als gezondheid een voortdurend, interactief proces is, dan is preventie de kunst om dat proces te ondersteunen, te beschermen en te voeden. Niet wachten tot ziekte toeslaat, maar zorgen dat het leven kan blijven stromen. Preventie is dan geen losstaande handeling – een vaccinatie, een screening – maar een houding, een manier van leven.

Preventie krijgt zo verschillende gezichten: voorkomen, verzachten en versterken. Voorkomen betekent zorgen dat mensen niet onnodig worden blootgesteld aan wat gezondheid schaadt, bijvoorbeeld vervuilde lucht, onveilig werk, PFAS of medicijnresten in drinkwater. Verzachten betekent de impact beperken wanneer stress door moeilijke omstandigheden niet zomaar weggenomen kan worden, bijvoorbeeld bij armoede, schulden, discriminatie, de mantelzorg voor een dierbare.

Versterken gaat over wat gezondheid voortbrengt. Een groene fietsstraat nodigt uit tot bewegen en ontmoeten. Betekenisvol werk geeft niet alleen inkomen, maar biedt ook structuur, verbinding en plezier. En mensen die leren zich intiem te verbinden met elkaar, kunnen de wereld aan.

5.

Op deze manier is gezondheid een zaak van iedereen: van jou én mij. Maar ook de buurvrouw, werkgever, generaal, het kabinet, het waterschap, het pensioenfonds, de gemeenteambtenaar, het UWV, enzovoort.

‘Wat moet, vraagt dus moed van ons allemaal als het om gezondheid gaat.’

In de eerste plaats van onszelf. Hoe gezond en gelukkig navigeren wij zelf door ons eigen leven? Ben je in verbinding met je eigen lichaam en geest, en weet je wat hij of zij nú nodig heeft om te kunnen functioneren en plezier te hebben? Heb je de moed om dat glas wijn te laten staan, of je hoofd op de schoot van je partner te leggen, of de fiets te nemen in plaats van de auto omdat je diep van binnen weet dat het goed voor je is?

Als je die moed toont, ga je je automatisch verbinden met de mensen om je heen, je buurt, de natuur. Dat kan niet anders omdat je simpelweg niet alleen gezond kunt zijn; die coproduceer je zoals eerder gezegd in de voortdurende wisselwerking met je omgeving. En het mooie is dat je daarmee ook je omgeving mede vormgeeft. Het werkt altijd twee kanten op.

En dat vraagt dus in de tweede plaats om collectieve moed. Je kunt mensen vragen gezonder te navigeren door het leven. Maar ondertussen bepalen we samen hoe de wijk is ingericht, welk voedsel beschikbaar en betaalbaar is, hoeveel stress werk en bestaansonzekerheid veroorzaken en hoeveel ruimte er is voor ontmoeting, rust en beweging.

Wat moet, vraagt dus óók de moed om de verantwoordelijk voor gezondheid samen te dragen. Om over de grenzen van organisaties en domeinen heen te kijken. Om elkaar op te zoeken en samen te werken aan gezondheidsopgaven die van niemand alleen zijn. En om daarin te blijven investeren, ook als een project stopt, een subsidie afloopt of de aandacht verschuift.

6.

En daarom hebben we ontmoetingsplekken – zoals het Springtij Forum – nodig waar nieuwe relaties, nieuwe mandaten en nieuwe collectieve vormen kunnen ontstaan.

De laatste tijd zie ik mensen al hun energie stoppen in het overeind houden van de kapotte systemen. Stop daarmee. Het is een doodlopende weg. Richt je energie anders: Van onderhoud naar transformatie. Van schuldgevoel naar keuze. Van eenzame last naar iets dat gedeeld en samen gedragen kan worden.

Verantwoordelijkheid nemen in de gezondheidstransitie gaat immers niet over méér, maar over anders dragen. En dat is een persoonlijke keuze, die we allemaal morgen kunnen maken.

Gezondheid vraagt moed én ontmoeting.